Inclusie, wat is dat nu eigenlijk?

Dashboard / Inclusieve leeromgevingen / Basic - Inclusie, wat is dat nu eigenlijk?

 

Om te weten hoe je inclusieve leeromgevingen creëert moet je eerst weten wat het is. Een klare omschrijving van wat het inhoudt, helpt om niet in oeverloze discussies te verzanden en naast elkaar te praten omdat we iets anders over ogen hebben. 

 

Een inclusieve leeromgeving is een leeromgeving die kwaliteitsvol onderwijs mogelijk maakt voor alle leerlingen ongeacht beperking, etniciteit, sociale afkomst, taal, gender, … 

In een inclusieve leeromgeving

  • wordt diversiteit benaderd als een meerwaarde en wordt elke leerling gelijkwaardig behandeld
  • creëren we optimale leer- en participatiekansen voor alle leerlingen op cognitief, sociaal, emotioneel, motorisch en moreel vlak
  • verlagen of verwijderen we barrières of drempels die deze leer- en participatiekansen in de weg staan
  • boren we alle mogelijke ondersteuningsbronnen aan (leerlingen, ouders, collega’s, directie, ondersteuners,…) en doen we de nodige aanpassingen om een volwaardige participatie aan het klas- en schoolgebeuren mogelijk te maken.

 

Leerkrachten kunnen zich in dit algemene doel van kwaliteitsvol onderwijs voor alle leerlingen gemakkelijk vinden. Maar wat betekent het concreet? Waar moeten we dan juist op inzetten? We zoemen in op een aantal kenmerken van inclusief onderwijs (o.a. Beel, 2018). Het Potential project werkte mee aan de documentaire Inclusief (regisseur Ellen Vermeulen). Vanuit het perspectief van kinderen en jongeren wordt getoond hoe inclusie werkt. In het volgende onderdeel concretiseren we de kenmerken aan de hand van hoe inclusief onderwijs wordt gerealiseerd voor Rosie, Sami, Irakli en Nathan. 

Wat kenmerkt inclusief onderwijs?

  • Het gaat over alle leerlingen. 
  • Het gaat over blijven uitnodigen. 
  • Het gaat over bondgenootschap. 
  • Het gaat niet over mirakels.

 

 

Het gaat over alle leerlingen

Deze omschrijving houdt een brede visie op diversiteit in. Alle leerlingen betekent ook effectief alle leerlingen en niet enkel één welbepaalde groep leerlingen zoals leerlingen met een diverse culturele achtergrond,  leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, etc. Inclusief onderwijs gaat niet zozeer over een beleid rond een bepaalde groep maar is eerder een oproep om onderwijssystemen in het algemeen te veranderen. Hierdoor moet je niet voor iedere doelgroep of voor iedere leerling een specifieke regel installeren om uiteindelijk hetzelfde doel te bereiken: gelijke kansen creëren voor iedere leerling

Jij als leerkracht werkt elke dag mee aan deze verandering van dit onderwijssysteem.  In de documentaire ‘Inclusief’ zien we dat de meester van Irakli tijd geeft om de woorden van het dictee op te schrijven. Deze maatregel zal nog voor andere leerlingen ondersteunend zijn. De leerkracht kan daarin nog verder gaan en kan Irakli (en andere leerlingen) minder woorden laten noteren of hij kan de  meertalige leerling de betekenissen laten opzoeken waardoor de gehele klas een verklarende woordenlijst heeft.

  •  Inclusie vraagt dus aan jou als leerkracht om de klasomgeving aan te passen.

 

Vijf assen van diversiteit

Lang niet alle verschillen tussen leerlingen worden op dezelfde manier gewaardeerd, denk maar aan leerlingen met hoge begaafdheid of grote zelfstandigheid versus leerlingen die zeer beweeglijk, meertalig zijn of moeilijk hanteerbaar gedrag vertonen. Bepaalde leerlingen lopen in ons onderwijs meer risico op achterstand en uitsluiting en verdienen dus ook specifieke aandacht. David Mitchell (2015) spreekt over verschillen op basis van vijf aspecten. Het zijn zichtbare en onzichtbare kenmerken die op elkaar inspelen en elkaar versterken. Zo weten we dat er aan leerlingen die uit een gezin komen met een lagere socio - economische status lagere verwachtingen worden gesteld. De achtergrond van Vlaamse leerlingen bepaalt in grote mate hun succes op school (Groenez, Nicaise, & De Rick, 2009). 

  • Inclusie vraagt dus aan jou als leerkracht om alle leerlingen gelijk te waarderen. 

 

Een inclusieve leeromgeving creëren betekent pro actief rekening houden met deze verschillen. Diversiteit wordt gewaardeerd en benut wanneer ieder kind zijn/haar capaciteiten kan tonen en de leerkracht gelooft in de groeimogelijkheden van iedere leerling. Die manier van denken neemt afstand van het deficit-denken over diversiteit, waarbij ‘anders zijn’ gezien wordt als een belemmering voor leren. Daarbij worden hoge verwachtingen gesteld aan élke leerling. De verwachtingen van een leerkracht hebben immers een grote impact op de prestaties en het welbevinden van leerlingen (Jussim & Harber, 2005). Wanneer een leerkracht de aanwezige diversiteit dus niet als een belemmering voor het lesgeven en leren beschouwt, maar als een kans, is een belangrijke stap gezet om een positieve leeromgeving te creëren voor alle leerlingen. Inclusieve leerkrachten denken en handelen daarbij groeigericht. Jij als leerkracht doet er toe om je leerlingen tot leren te brengen (Hattie, 2008; Tomlinson, 2003).  In de documentaire ‘Inclusief’ zien we hoe de leerkracht van Nathan hem blijft aanmoedigen bij de memorie opdracht ‘Ik denk dat je er wel nog op komt’. Deze inbreng geeft aan dat ze overtuigd is dat Nathan in staat is om te leren. 

  • Inclusie vraagt dus aan jou als leerkracht om geloof te hebben in het potentieel van leerlingen maar ook in de mogelijkheden van jezelf om iedereen tot leren te brengen… ‘Power to teach all’ 

 

Het gaat over blijven uitnodigen

Inclusie gaat over meer dan aanwezig zijn. Het gaat over er effectief mogen zijn. Dit vraagt van de leerkracht om te blijven uitnodigen. In de documentaire ‘Inclusief’ zien we Rosie in de kleuterklas. Zij is rustig op zichzelf aan het spelen. Ondertussen is de juf met een activiteit bezig voor moederdag. Groepjes kinderen komen bij de juf om een hartje te maken. Juf Karolien nodigt Rosie uit om ook deel te nemen. Eerst wil ze niet, uiteindelijk gaat ze toch in op het aan bod van de juf. 

  • Inclusie vraagt dus van jou als leerkracht om te blijven uitnodigen elke keer opnieuw

 

Hierbij is het van belang dat participatie breed wordt ingevuld. Sami gaat op bosklassen en staat bij het instructiemoment buiten de groep. Hij staat afgezonderd.  Op het eerste zicht zou je je kunnen afvragen of dit participeren is. Hij lijkt niet betrokken te zijn. Maar misschien heeft Sami dit rustmoment wel nodig?  Inclusie geeft juist deze mogelijkheid om af te stemmen op wat een leerling nodig heeft. Het impliceert de mogelijkheid om leerdoelen aan te passen aan het tempo en het niveau van de leerling. Het is dus mogelijk om Sami deze ruimte te geven. Waar mogelijk nemen leerlingen deel aan het gemeenschappelijke curriculum. Voor wie dat niet mogelijk is, wordt een individueel aangepast curriculum opgezet. Op die manier worden leerlingen steeds geconfronteerd met doelen die uitdagend maar wel haalbaar zijn. We weten immers dat kwalitatief onderwijs aansluit bij de ‘zone van naaste ontwikkeling’. Hierdoor raken leerlingen minder  gefrustreerd, behouden ze hun motivatie en leren ze sneller en makkelijker bij. De maatregelen die voor Sami nodig zijn om goed voorbereid te worden, komen alle leerlingen ten goede. Er zijn misschien leerlingen die nog niet vaak van huis zijn weggeweest of die nog niet lang deel uit te maken van de groep. Voor al deze kinderen is het van belang om aandacht te hebben aan de voorbereiding,  de groepsvorming etc. 

  • Inclusie vraagt dus van jou als leerkracht om barrières te erkennen en weg te werken. 

Niet iedereen erkent de noden van leerlingen en is van mening dat zij recht hebben op aanpassingen. Hierdoor is het van belang dat dit recht op aanpassingen verzekerd wordt. We willen immers vermijden dat de computer mag ingezet worden in de lagere school maar niet in het secundair onderwijs. 

Inclusie vraagt een andere visie. Het volgende filmpje geeft inzicht in wat er juist wordt bedoeld met het aanpassen van de omgeving.

 

Het gaat over bondgenootschap

Leerkrachten zitten vooral met HOE-vragen: Hoe gaat inclusie in zijn werk in mijn klas en met mij als leerkracht? Het is van belang om actiegericht aan de slag te gaan. De ondersteuning moet voelbaar zijn tot in de klas. Bijvoorbeeld de computer inpassen tijdens het dictee voor Irakli lijkt eenvoudig maar vraagt een hervertaling (Hoe dit in deze klas werkt met 24 leerlingen in een kleine ruimte?,  Hoe gaan we om met het geluid van de computer?, wat is de rol van de ondersteuner?, etc.).  Hierbij is het van belang om af te stemmen en hierbij jouw ondersteuningsnoden kan benoemen. De werkvorm op www.powertoteach.be  ‘Hulpbronnen voor Inclusie een GPS’ kan jou daarin ondersteunen. 

 

Inclusief onderwijs maak je niet alleen waar. Er kan van jou als leerkracht niet verwacht worden dat je immers alle kennis en vaardigheden bezit om aan de diverse noden van alle kinderen een antwoord te bieden. Uit een overzicht van de wetenschappelijke literatuur (Ferbuyt et al., 2017) blijkt dat het effectief loont om ondersteuning te vragen aan andere partners (CLB-medewerkers, pedagogisch begeleiders, ondersteuners, therapeuten, etc. ). Aangezien inclusie meer vanuit de klasgroep als geheel vertrekt, worden individuele kinderen minder uit de klasgroep gehaald voor bijkomende ondersteuning. Ondersteuners werken nu meer in de klas en samenwerking tussen professionals raakt meer ingeburgerd, denk bijvoorbeeld aan co-teaching. Op die manier is inclusie niet de verantwoordelijkheid van één specifieke persoon, zoals de klasleerkracht of de ondersteuner van een bepaald kind, maar een gedeeld traject waar je als team samen voor gaat

 

Hierbij is het van belang zo maximaal als mogelijk de ouders en de leerlingen te betrekken omdat het een belangrijke invloed heeft op het schoolsucces en het welbevinden van leerlingen(Mitchell, 2018). Er bestaat geen handleiding voor kinderen en jongeren en daarom is het van belang om samen het zoekproces te doorlopen. Je wordt als leerkracht aangesproken om creatief in te spelen op elke nieuwe situatie. In de documentaire ‘Inclusief’ wordt de overstap van Rosie naar een volgende klas besproken. Niemand rond de tafel weet hoe Rosie zal evolueren en of er extra ondersteuning nodig is,  etc. Inclusie vraagt dus ruimte voor onzekerheid en dat is lastig in een maatschappij waarbij we denken dat alles maakbaar en beheersbaar is. Het vraagt ook een gezamenlijke verbeelding.  Irakli die de overstap maakt naar het secundair onderwijs. Er zijn geen grenzen. We denken na over betekenisvolle doelen, betrokkenheid in een klas vol pubers etc. Kortom we zijn gericht op mogelijkheden. De centrale vraag is dan niet langer: ‘Wat is er mis met dit kind?’, maar wel: ‘Wat heeft dit kind nodig?, wat heeft deze leerkracht nodig?, Wat hebben deze ouders nodig?' 

  • Inclusie is vooral een verhaal van bondgenootschap, verbondenheid en solidariteit.

 

Vaardig worden in het creëren van inclusieve leeromgevingen vereist professionele ontwikkeling en tijd en ruimte nemen om ermee te experimenteren. Potential heeft een professionaliseringstraject uitgewerkt en verschillende werkvormen om jou als leerkracht en je collega’s hierin te ondersteunen. 

  • Inclusie vraagt van jou als leerkracht om verder te groeien en  je te professionaliseren, waarbij een (school)beleid ondersteuning biedt en regels uitzet. 

 

Het gaat niet over mirakels

Inclusie is een groot woord maar het vraagt ons om heel klein te  kijken. Het gaat niet over de grote mirakels. In de documentaire ‘Inclusief’ kunnen we deze kleine momenten ontdekken. Bijvoorbeeld Nathan die staat te wachten op vrijdagavond om naar huis te gaan en een klasgenoot die hem een goed weekend wenst. Pas wanneer leerlingen zich goed voelen op school, slagen ze erin om tot leren te komen (Hattie, 2008)

  • Jij als leerkracht kan inzetten op positieve interactie tussen de leerlingen en de leerkracht. 

Om een inclusieve leeromgeving te creëren wordt er vaak verwezen naar de competentie van leerkrachten om differentiatie toe te passen. Inclusie is een werkwoord en vraagt actie. Deze acties zijn niet altijd perfect. Als een actie of een aanpassing niet blijken te werken, geven we de ‘zwarte piet’ niet door aan kinderen (bvb.'Ze kunnen het niet,  Ze zijn er niet klaar voor'). In plaats daarvan is het van belang om te evalueren waarom een actie of een aanpassing niet werkt. Hieruit kunnen we leren. 

Wil je verder werken met de film 'Inclusief'? Potential heeft een didactisch pakket dat je laat kennis maken met het perspectief van kinderen en jongeren en hun ouders. Klik hier