Vijf competenties voor inclusie

Dashboard / Inclusieve leeromgevingen / Intermediate - Vijf competenties voor inclusie

Moet ik een superheld zijn om inclusief les te geven ? 

 

Uit onderzoek blijkt dat er vijf competenties zijn die bijdragen aan het realiseren van een inclusieve leeromgeving. We bespreken de verschillende competenties met telkens een aantal voorbeelden. Hieruit zal blijken dat je als leerkracht reeds heel wat doet. Mensen zijn er zich niet altijd van bewust. Het zit hem vaak in het verdiepen van welbepaalde zaken en het gaat ook vaak om kleine handelingen. 

 

Soms wordt ‘competentie’ eerder eng opgevat en gelijkgesteld met vaardigheden. Competentie wordt hier breder opgevat: een verwevenheid van kennis, vaardigheden en attitudes, die je kunt inzetten in reële situaties. We bespreken de vijf competenties afzonderlijk. In de reële klaspraktijk zijn ze natuurlijk onderling sterk verweven (Boonen & Wilssens, 2019). 

  • Competentie 1: Diversiteit (h)erkennen, waarderen en benutten
  • Competentie 2: Inzetten op positieve relaties in een veilig klasklimaat
  • Competentie 3: Krachtige leerprocessen in een toegankelijke en flexibele leeromgeving ontwerpen en hanteren
  • Competentie 4: Samenwerken met diverse actoren
  • Competentie 5: Doelgericht werken aan de eigen professionalisering

 

Competentie 1: De leerkracht (h)erkent, waardeert en benut diversiteit

 

Diversiteit is een steeds aanwezige factor in de maatschappij en dus ook in het onderwijs. Verschillen tussen leerlingen, en dus verschillen in leren, zijn dan ook inherent aan iedere klascontext. Deze verschillen zijn van allerlei aard: sociale achtergrond, leerstijl, interesses, leerprofielen, talenkennis, sociale en communicatieve vaardigheden, lichamelijke vermogens, persoonlijkheid, etc. Het (h)erkennen van deze verschillen maakt een betere afstemming tussen de klaspraktijk en de leerling mogelijk, wat de kans op succesvol leren vergroot. Inclusieve leerkrachten denken en handelen daarbij groeigericht. Ze zijn er van overtuigd dat alle leerlingen kunnen blijven leren. Diversiteit wordt gezien als een meerwaarde en als een kans op leren.

Een aantal zaken waar je als leerkracht even bij kan stilstaan:

  • Ik vind verschillen tussen leerlingen in het onderwijs vanzelfsprekend.
  • Ik ben ervan overtuigd dat alle leerlingen kunnen blijven leren en ontwikkelen.
  • Ik ben me ervan bewust dat etiketten en labels een negatieve invloed kunnen hebben op de leerkansen van leerlingen.

In de school van Willem organiseren ze sinds een aantal jaren in plaats van bosklassen een sleep-over op school. Ze hadden gemerkt dat heel wat kinderen niet mee gingen en veel ouders hielden de boot af (omwille van financiële of socio-culturele redenen). Op een personeelsvergadering heeft Willem dat aangekaart en samen met het leerkrachtenteam dacht hij na over wat nu eigenlijk het belangrijkste doel was van de jaarlijkse bosklassen: alle kinderen de kans geven om ook buiten de schoolcontext een fijne tijd samen te beleven. Dat doel konden ze evengoed bereiken met een sleepover. Dat vormt voor heel wat ouders een minder grote barrière. Sinds de invoering van de sleep-over merken ze dat bijna alle leerlingen ieder jaar mee kunnen doen. 

 

Competentie 2: De leerkracht zet in op positieve relaties in een veilig klasklimaat

 

Leerlingen zijn meer gemotiveerd wanneer de leerkracht tegemoet komt aan drie basisbehoeften: nood aan verbondenheid, nood aan autonomie en nood aan competentie (zelfdeterminatietheorie). Om verbondenheid te creëren, hebben leerkrachten oog voor de sociale participatie van alle leerlingen, tonen ze verbondenheid, zijn ze betrouwbaar en beschikbaar. Een tweede fundamentele component is het inzetten op de autonomie van elke leerling. Hieronder, bij competentie 3, worden strategieën besproken om dit te realiseren. Tot slot is het cruciaal dat de leerkracht het competentiegevoel van elke leerling stimuleert. Dit kan door leerlingen meer controle te laten ervaren over hun leeruitkomsten, bijvoorbeeld door structuur aan te bieden en hoge, maar realistische, verwachtingen te stellen. Hier ga je inzetten op de positieve leerkracht-leerling relatie.

Een aantal zaken waar je als leerkracht even bij kan stilstaan:

  • Op welke manier speel  ik in op de sociale, emotionele, motorische, cognitieve en morele onderwijsbehoeften van alle leerlingen?
  • Zorg ik dat alle leerlingen op een respectvolle manier omgaan met elkaar?
  • Stel ik uitdagende realistische verwachtingen ten aanzien van mijn leerlingen?

 

Juf Elke begroet haar leerlingen iedere dag. Kinderen kunnen een high five geven, een hand geven, of hun hand opsteken. Op deze manier differentieert juf Elke en geeft ze de boodschap aan leerlingen ‘Ik heb je gezien en je mag hier zijn.’ 

 

Competentie 3: De leerkracht ontwerpt en hanteert krachtige leerprocessen in een toegankelijke en flexibele leeromgeving

 

Leerlingen verschillen van elkaar in de manier waarop ze leren: ze hebben verschillende interesses, leertempo en leerstijlen, en komen niet allemaal met dezelfde rugzak aan kennis en vaardigheden naar school. In een toegankelijke en flexibele leeromgeving hanteert een leerkracht daarom werkvormen en onderwijsstrategieën die tegemoet komen aan de diverse manieren waarop leerlingen leren. De volgende vier strategieën helpen dit te realiseren en deze strategieën zijn niet alleen effectief voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften,  maar alle leerlingen kunnen ervan profiteren (Mitchell, 2015):

  • Universal Design for Learning (UDL) biedt richtlijnen en maatregelen om onderwijs zo toegankelijk mogelijk te maken. Leeromgevingen worden zodanig vorm gegeven dat alle leerlingen een meerwaarde kunnen ervaren van de  extra ondersteuning die wordt aangeboden. Zo kan informatie op verschillende manieren aangeboden worden: visueel, tekstueel, schematisch, etc.
  • Bij binnenklasdifferentiatie stemt de leerkracht de les af op de verschillen (interesses, voorkennis en voorkeur) tussen leerlingen om maximale leerkansen voor iedere leerling te realiseren. Zo kan een leerkracht rekening houden met verschillen in interesses door de les te laten aansluiten bij de leefwereld van leerlingen. Er kan ook ingespeeld worden op de voorkennis van leerlingen door bepaalde hulpmaterialen te hanteren, of men kan tegemoet komen aan voorkeuren van leerlingen door te variëren in bronnen en materialen.
  • Feedback en evaluatie zijn een continu proces en bijzonder effectief om de leerprestaties van leerlingen te verhogen. De informatie die verzameld wordt via evaluatie kan de leerkracht gebruiken om onderwijsactiviteiten aan te passen op maat van de leerlingen.
  • Samenwerkend leren vertrekt vanuit de vaststelling dat leerlingen kunnen leren van elkaar en elkaars leerproces kunnen ondersteunen. Medeleerlingen zijn immers een bron van ondersteuning die heel toegankelijk en laagdrempelig is. Door ondersteuning te geven aan anderen, leren leerlingen bovendien ook zelf.

Een aantal zaken waar je als leerkracht even bij kan stilstaan:

  • Bied ik verschillende onderwijsmethoden, leermaterialen en hulpmiddelen aan die toegankelijk zijn voor alle leerlingen?
  • Bied ik informatie aan op verschillende manieren?
  • Hanteer ik verschillende werk- en groepswerkvormen in functie van het leren van alle leerlingen?
  • Gebruik ik evaluatie en feedback om mijn onderwijsaanbod aan te passen aan wat leerlingen nodig hebben?

 

Norah merkt op dat haar leerlingen sterk bezig zijn met het thema klimaatverandering. Haar vak leent er zich uitstekend toe om rond dat thema te werken. De leerlingen kunnen zich verdelen in twee groepen: een groep die de effecten van biodiversiteit theoretisch verkent door opzoekingen en interviews met experts te doen, en een andere groep die experimenteert met een biotuin. Beide groepen leren over de effecten van biodiversiteit. Daarnaast wordt er klasdoorbrekend gewerkt, waarbij de leerlingen hun resultaten voorstellen aan leerlingen van een hogere graad. Op die manier worden ze ook uitgedaagd om hun argumentatie helder over te brengen.

 

Competentie 4: De leerkracht werkt samen met diverse actoren

 

Voor het creëren van inclusieve leeromgevingen is samenwerking cruciaal, zowel met professionals (schoolintern en -extern) als met ouders en leerlingen. Van individuele leerkrachten kan immers niet verwacht worden dat zij alle kennis bezitten om tegemoet te komen aan de diverse noden van alle leerlingen in de klas. Juist door samen te werken kunnen personen hun specifieke sterktes delen en elkaars zwaktes compenseren.  Enkele belangrijke voorwaarden voor samenwerking zijn o.a. gelijkwaardigheid tussen partners, wederzijds respect en vertrouwen, zich kunnen inleven in verschillende perspectieven, doelgerichtheid, transparantie en flexibiliteit.

Een aantal zaken waar je als leerkracht even bij kan stilstaan:

  • Werk ik op verschillende manier samen met collega’s en wissel ik vaak ervaringen en ideeën uit?
  • Geef en vraag ik feedback aan leerlingen, ouders en collega’s?
  • Op welke manier betrek ik ouders actief bij de ondersteuning van hun kind?

 

Tim merkt dat zijn leerlingen met een andere thuistaal meer moeite hebben om de instructietaal te begrijpen. Hij wil naar manieren zoeken om meer in te zetten op woordenschatuitbreiding. Tijdens een personeelsvergadering waar Tim dat probleem aankaart, ontdekt hij dat ze in de derde kleuterklas sterk rond woordenschatuitbreiding werken en dat dit in het eerste leerjaar meer op de achtergrond is geraakt. Samen met de collega’s van de derde kleuterklas bekijkt hij welke zaken hij in het eerste leerjaar kan implementeren om te inzetten op woordenschatuitbreiding.

 

Competentie 5: De leerkracht werkt doelgericht aan de eigen professionalisering

 

Om de vier bovenstaande competenties te versterken, is het nodig dat leerkrachten doelgericht en actief werken aan hun eigen professionele ontwikkeling. Professionele ontwikkeling is immers essentieel om gedurende de loopbaan adequaat te kunnen reageren op de veranderende situaties en behoeften van leerlingen.  Inclusieve leerkrachten slagen er dus in om hun professionele ontwikkeling actief vorm te geven vanuit wat er nodig is in de eigen klascontext, voor deze leerlingen, met deze samenwerkingspartners.

Een aantal zaken waar je als leerkracht even bij kan stilstaan:

  • Evalueer ik systematisch het effect van mijn manier van lesgeven?
  • Reflecteer ik samen met anderen over mijn onderwijspraktijken?
  • Sta ik ervoor open te blijven leren van collega’s en andere professionals?

 

Alyssa heeft het gevoel dat ze dit jaar veel vaker leerlingen uit de klas moet zetten dan voorheen. Op de speelplaats maken enkele jongens voortdurend ruzie, waardoor de situatie uit de hand loopt. Alyssa vraagt aan Linda, de zorgcoördinator, of die bij haar eens kan komen observeren. Linda krijgt echter zoveel vragen, dat ze die de laatste tijd niet meer rond krijgt. Zij legt voor aan de directie om de situatie te bespreken tijdens de personeelsvergadering. Misschien kan Linda een intervisiegroep rond omgaan met moeilijk hanteerbaar gedrag opstarten, bijvoorbeeld één keer per maand over de middag.

 


De vijf competenties onder de loep nemen kan helpen om na te denken over hun sterktes, uitdagingen en groeimogelijkheden op het vlak van inclusieve  leeromgevingen. De werkvorm ‘Competentie onder de loep’ kan je hierbij helpen. Gebruik de competentieloep om in te zoomen en per competentie na te denken over welke sterktes en uitdagingen je voor jezelf ziet. Met een loep kan je ook uitzoomen: waar zie jij groeimogelijkheden en op welke competentie(s) wil jij vooral inzetten?

Je vindt de competentieloep op het online platform van Potential: www. potentialtoteach.be