Leerkracht aan het woord

Dashboard / Inclusieve leeromgevingen / Intermediate - Leerkracht aan het woord

Wat zegt de leerkracht? 

 

In het boek het ‘Voorbij de vraagtekens?! Perspectief van leraren binnen inclusief onderwijs. (De Schauwer, E., Vandekinderen, C., & Van de Putte, I. (2010) komen 17 leerkrachten aan het woord. De auteurs vertrokken met de leerkracht vanuit  de focus op één schooljaar en één heel concrete (inclusie)situatie. In deze gesprekken ging het voornamelijk over de dagelijkse klaspraktijk o.a. de klasdynamiek, de didactiek, de samenwerking met collega’s en ouders, hun onzekerheden,… Kortom het gaat over HOE de leraren inclusie hebben doen werken en niet over voor of tegen inclusie zijn. Juf Cathy Vynckier, leerkracht van Alexandra neemt ons mee in haar verhaal.

 

Cathy Vynckier, juf van Alexandra, 3de leerjaar: 

 

Ik zal in eerste instantie mijn activiteiten richten naar kinderen die meer hulp nodig hebben. Ik heb zes jaar in het buitengewoon onderwijs gewerkt en ik heb daar mijn hart verloren aan kinderen die meer hulp nodig hebben, omdat zij al gedeeltelijk uitgesloten worden uit de maatschappij. Ik stelde mezelf daar heel veel vragen: hoe komt dit kind hier op deze school terecht? Zou dit kind echt geen slaagkans hebben in het gewoon onderwijs? Het gaat vaak over ouders met minder mogelijkheden, ouders die vaak onwetend zijn en niet overtuigend genoeg zijn om aan te tonen dat hun kind wel die kans verdient. Ik vind het heel belangrijk dat er voldoende nagegaan wordt waar een kind het beste thuishoort vooraleer door te verwijzen. 

 

Je moet heel veel oog hebben voor de beginsituatie van kinderen: waar zijn ze goed in? Waar zijn ze minder goed in? Het is belangrijk dat alle kinderen kansen krijgen om positieve en succesvolle leerervaringen op te bouwen en tegelijk toch voldoende uitdaging blijven krijgen. Om dit te bereiken als leraar, moet je eigenlijk een heel flexibele duizendpoot zijn. Je moet kunnen op je stappen terug keren en durven onder ogen te zien dat je ergens iets over het hoofd gezien hebt. Je moet je deur open stellen voor mensen die misschien een beter idee hebben of oog hebben voor iets, waar jij, vanuit je eigen kwaliteiten en ervaringen, geen oog voor had. Ik denk dat je moet open staan voor heel veel invloeden van buitenaf. 

 

De situatie met Alexandra heeft kansen geboden om samen met de leerlingen na te denken over ‘anders zijn’. Anders zijn betekent niet dat je niet kan meetellen in de wereld. Het gaat niet alleen over Alexandra. Ik heb een meisje bij mij in de klas met een serieuze bloedziekte. Zij moet om de twee weken een bloedtransfusie krijgen. Dat kind mag niet oververmoeid raken. Als we op uitstap gaan, moet ze in de buggy ook al is ze 8 jaar. Dat is een inclusiekindje. Ik heb een kind met ADHD in de klas die zijn pilletje moet krijgen. Kinderen vragen: ‘Waarvoor dient dat pilletje?’ Een andere jongen is ervan overtuigd dat hij een meisje is. Dat is een jongetje van acht jaar die al twee jaar onder begeleiding staat daarvoor. Er zitten op dat vlak heel veel kinderen in de groep die uiteindelijk anders zijn. We gaan zoeken naar de betekenis daarvan. Dat is de verpakking. Wat zit er langs de binnenkant? Mijn klas staat daar heel sterk in. Ze zijn veel toleranter. Ze gaan niet afwijzend kijken maar ze gaan eerst zoeken naar de persoon. Dat is wel een sterkte van Alexandra in de klas. 

 

Alexandra is heel creatief. Ze tekent en knutselt graag en wordt daarin geapprecieerd door de andere kinderen. Ze is heel betrokken bij alles wat je haar aanbiedt, ze laat geen kansen liggen. Als ze weet wat aan bod komt in de klas, zal zij op zoek gaan naar wat ze kan mee brengen om haar bijdrage te leveren. Ze is daarin gegroeid. Alexandra botst wel eens tegen een muur, omdat ze vriendschapsbanden wil aangaan met kinderen die daar niet aan toe zijn. Niet omwille van haar als persoon, maar gewoon… Turkse kinderen zoeken Turkse kinderen op, Kosovaarse kinderen zoeken elkaar op. Ze willen in de vrije momenten ook eens hun ding kwijt. Alexandra kan daar moeilijk mee om en ziet dat eigenlijk als afwijzing.

 

Alexandra heeft een attest type 2. Testen hadden uitgewezen dat ze nooit een bepaald rekenniveau zou halen. Vorig jaar zat ze in mijn rekengroep en heeft ze een stuk van het 1e leerjaar afgewerkt en heeft ze de volledige leerstof van het 2e leerjaar bij gebeend. Dat vond ik heel sterk van haar. Nu zit ze in het 3e leerjaar, we werken dit jaar vooral aan taal. Dat is moeilijk. Verbaal is ze niet zo sterk. Ze komt dan met een bedrukt gezicht vertellen dat het niet gaat. Ze wil medelijden wekken en hulp krijgen. Dat pakt niet altijd bij mij. Dan zie je haar veranderen en haar toon aanpassen. Eigenlijk is zij een meisje net als alle andere die je af en toe eens op haar plaats moet zetten. 

 

Ik heb materialen aangepast die ook bruikbaar zijn voor mijn andere kinderen. We hebben taalhandboeken die volstaan met oersaaie materie. Daar kan Alexandra geen weg mee. In de vakantie heb ik bij elke opdracht een nieuw werkblad gemaakt met de belangrijke informatie erop. Er is meer plaats tussen de tekst. Dezelfde vorm komt altijd terug. In het 2e leerjaar hebben we symbolen geleerd voor ‘delen door 2’, ‘de helft van’ en ‘het dubbel van’. Als ze het noorden kwijt is tijdens zelfstandig werk, dan ga ik er gewoon die symbolen bij tekenen. Daar kruipt niet zo veel tijd in. We stellen stapjes op voor rekenen, waar ze elke keer kan op terugvallen. Die staan allemaal in één schriftje zodat ze zelf kan zoeken. Het zijn kleine hulpmiddeltjes die je haar aanreikt, waardoor ze zelfstandig aan de slag kan. Ik ga niet elke keer naast haar zitten om elke opdracht te overlopen. Ik zit wel op een centrale plaats waar alle kinderen kunnen komen als ze vragen hebben. Dat is de tafel dicht bij Alexandra. Zo kan ik bij haar ook een oogje in het zeil houden. 

 

Alexandra gaat onvoorstelbaar goed vooruit. Elke keer zie ik een blij gezicht als ze een toets terug krijgt en een mooie score behaalt, of als ze een opdracht alleen kan afwerken, of als we in de kring zitten om woordenschat te doen en zij een woord kent dat andere kinderen niet kennen. Dat zijn mooie momenten. Alexandra is gedreven. Ze wil zelf niet achterop blijven bij de andere kinderen. Ik houd wel een beetje mijn hart vast voor het moment dat ze haar plafond bereikt. Zal ze daarmee om kunnen? De afspraak is dat als wij haar niet meer vooruit kunnen helpen zij hier ook niet kan blijven. Wij kunnen haar niet tot haar 12 jaar in dezelfde niveaugroep houden omdat ze hier graag op school is. Dat is in eerlijke communicatie met de ouders. We zitten regelmatig met alle betrokken mensen rond de tafel. Dan zegt ieder van ons wat hij/zij wil bereiken met Alexandra en wat de verwachtingen zijn. Die doelen worden dan uitgeschreven. Dat is iets wat de leraren op school niet gewoon zijn. Ze werken met hun vaste leerplan voor de ganse klas. Alexandra werkt met een individueel doelenplan.  Ik heb eigenlijk Alexandra als vast agendapunt op het zorgteam van de school gezet. Dit kind moet heel goed opgevolgd worden en niet enkel op het moment dat we moeilijkheden ervaren of dat het niet meer gaat. Dan is het te laat. Ik investeer daar zelf ook heel veel in. Elk vrij momentje dat ik heb, doe ik voorbereidend werk. Ik heb het gevoel dat mijn grens ook wel eens zal bereikt worden. Ik heb ook recht om eens een koffie te gaan drinken. 

 

Ik ga ervan uit dat in mijn klas de ondersteuning die komt voor Alexandra klasondersteunend werkt. De begeleiders nemen een tafeltje met Alexandra en nog andere kinderen die de extra hulp nodig hebben. Op die manier krijgen alle kinderen meer kansen op extra aandacht. Tot nu toe heb ik heel veel geluk: alle begeleiders staan ervoor open en zien het voordeel daarvan in. Alexandra eist soms de begeleider op. Dan probeer ik haar te leren dat er heel veel mensen voor haar komen, maar dat andere kinderen ook hulp nodig hebben. Ik leg haar uit dat de begeleiders ook voor mij komen en dat we samen moeten kijken hoe we dat oplossen. Ik vind dat inclusief onderwijs kansen biedt, als je kinderen niet isoleert uit de klas en als de begeleider zich niet 100% focust op het kind, maar oog heeft voor iedereen. 

Uit: De Schauwer, E., Vandekinderen, C., & Van de Putte, I. (2010). Voorbij de vraagtekens?! Perspectief van leraren binnen inclusief onderwijs. Antwerpen: Garant.