De draad

Dashboard / Gedrag / Intermediate - De draad

De metafoor van de draad 

We hebben allemaal een band, een draad, die we hebben met de mensen om ons heen. Onze eerste draad ligt tussen ons en onze ouders. Met ouder worden ontwikkelt deze draad zich en soms gaat dat mis. Je kan als leerkracht soms voelen dat er iets niet klopt in de band die je hebt met een leerling. De draad van die leerling raakte ergens in de ontwikkeling beschadigd. Het meest zichtbare gevolg hiervan is moeilijk hanteerbaar gedrag. Het model van de draad biedt handvatten om met deze leerlingen aan de slag te gaan.

Het model vertrekt vanuit de ideeën van de ontwikkelingspsychologie en de hechtingstheorie. Dit betekent dat het model en de methodiek zich baseren op de ontwikkelingsfasen van de hechting. Gaande van een zeer afhankelijke hechtingsband tussen ouders en kind bij baby’s, tot het uitbouwen van een netwerk aan hechtingsbanden met anderen als adolescent en volwassene. Wanneer de draad tijdens deze ontwikkeling beschadigd raakt, heeft dit invloed op de draad tussen leerkracht en leerling. De methodiek van De draad grijpt in op deze beschadiging in de draad. De draad als metafoor helpt ouders, leerkrachten en begeleiders om inzicht te krijgen in sociaal emotionele ontwikkeling en hechting van leerlingen, maar ook om er mee aan de slag te gaan. Dit model werd ontwikkeld door orthopedagoog Gerrit Vignero, voor gebruik in de hulpverlening, maar het is zeker vertaalbaar naar de schoolcontext.

Jij als leerkracht hebt een draad met elke leerling. Soms is die draad heel sterk, dan heb je een goede band. Soms is die draad zwakker, je komt wel met elkaar overeen, maar je bent niet heel erg aan elkaar gehecht. Beiden zijn oké, zolang een leerling zich goed voelt bij zijn of haar draden is er niets aan de hand. Soms voel je echter dat er iets niet klopt, een leerling trekt jou bijvoorbeeld heel erg aan, stelt zich heel afhankelijk op of reageert onvoorspelbaar op jou. Meestal heb je geen expert of analyse nodig om aan te voelen dat de band tussen jou en die leerling niet goed zit. De beschadiging in de draad van deze leerling kan ontstaan zijn lang voor jullie elkaar ontmoette. Gelukkig heb jij als leerkracht, samen met jouw collega’s, invloed op de beschadigde draad van de leerling en kan je werken aan herstel.

 

Werken met de draad

De draad is een uitgebreid model waarin onder andere de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen uit de doeken wordt gedaan. Gerrit Vignero werkte ook een traject uit dat leerkrachten helpt bij het verbeteren van de draad van een leerling.

Op deze pagina beperken wij ons tot de ideeën en inzichten uit het model van De draad die verrijkend en handelingsgericht zijn voor de dagelijkse klaspraktijk. Deze kunnen helpend zijn bij moeilijk hanteerbaar gedrag, maar een grondig traject doorlopen blijft aangeraden.

 

Inzichten uit de draad

Gerrit Vignero geeft terecht aan dat het soms zwaar kan zijn voor een leerkracht om te werken met een leerling met een beschadigde draad. Hij raadt dan ook aan om dit niet alleen te doen, maar verbindend samen te werken. Omdat De draad een vrij uitgebreide methodiek is, is een goede training aangeraden. Wanneer een zorgcoördinator, zorgleerkracht, ondersteuner van het ondersteuningsnetwerk  e.d. deze training volgt, kan deze de leerkracht ondersteunen in de weg naar herstel van de draad.

Met voorbeelden zien we hoe belangrijk een plek hebben, een band hebben, kan zijn. Gerrit Vignero vertelt over een leerling die soms ‘boven zijn theewater’ ging. Op die momenten was het nodig dat de leerling de klas uit ging. Vaak stond deze leerling op de gang moeilijk te doen. Het werd duidelijk dat terug binnenkomen in de klas erg moeilijk was. De leerkracht loste dit op door de leerling haar pen te geven. Deze pen was zeer belangrijk omdat ze er op het einde van de dag de agenda mee moest invullen. De leerling moest dus wel (met de pen) terug in de klas komen en voelde zich door de pen nog steeds verbonden met de leerkracht en de klas.
Dit voorbeeld leert ons dat verbondenheid, een draad hebben, soms in hele kleine dingen zit. Verder zien we hoe belangrijk het is om een leerling niet helemaal los te laten, zelfs niet voor korte momenten.

Soms vraagt een leerling met een gekwetste draad nabijheid. Het gaat dan over aandacht voor die leerling, aandacht voor diens hobby’s, wat hem bezighoudt, enz. Maar nabijheid kan ook heel letterlijk, door de leerling bijvoorbeeld in de buurt van jouw bureau, het bord of een andere plaats waar je veel bent te zetten.

De draad gaat ook in op moeilijkheden die leerlingen kunnen hebben met emotieregulering. Een leerling met een beschadigde draad kan het hier heel moeilijk mee hebben. Dan kan het belangrijk zijn om extra aandacht te hebben voor de stresscurve. Het is hierbij belangrijk om te onderzoeken hoe een leerling zichtbaar maakt dat de stress te hoog oploopt. Zo kan je hier op ingrijpen en een hoge stresspiek vermijden. Dit kan zelfs structureel ingebouwd worden, door met de hele klas rustmomenten te houden. Hier heeft niet enkel die ene leerling baat bij, het is goed voor alle leerlingen. Soms is een stresspiek echter niet te vermijden. Dan is het belangrijk om de leerling niet weg te duwen, maar sensitief te blijven voor diens noden. Wanneer een leerling eenmaal afgekoeld is, helpt een preek of een straf niet. Wat wel helpt is samen praten over wat gebeurde en hoe we daar mee om kunnen gaan. 

 

Valkuilen in de draad

Hoewel de draad werkt met behapbare metaforen en concrete tips geeft, is het zeker geen receptenboek. Het geeft een denkkader, maar wat je daar precies mee moet doen, is proberen en zoeken. Het is ook belangrijk om je eigen leerkrachtstijl, de klas, de andere leerlingen, enz in rekening te brengen. Daarom benadrukt De draad ook het belang van verbindend samenwerken. Omdat het heel moeilijk is om alleen het kader te vertalen naar jouw dagelijkse klaspraktijk.

Achter een leerling met een gekwetste draad, staan soms ouders met een eveneens gekwetste draad. Wanneer we aan de slag gaan met een leerling, zijn de ouders altijd een belangrijke partner. Soms wordt echter vergeten dat zij ook ondersteuning nodig kunnen hebben. Als leerkracht is de ondersteuning die je kan bieden uiteraard beperkt, maar een kopje koffie en een luisterend oor tijdens een oudercontact doen zoveel meer dan het geven van uitleg over huiswerk maken.