Regels zijn geen afspraken. Regels regelen het sociale verkeer en kunnen opgelegd worden. Afspraken ontstaan uit wederzijds overleg tussen leerlingen en leerkracht. We mogen regels en afspraken niet verwarren.
Beperkt in aantal, je moet ze kunnen onthouden (ook als leerkracht)
Kort en krachtig geformuleerd. Korte regels onthoud je beter. Een goede tip is ook om regels op te stellen in de ik-vorm. Daardoor lees je hem als opdracht voor jezelf. De regels zijn zodanig geformuleerd dat elke leerling heel goed weet welk gedrag er van hen verwacht wordt.
Regels worden herhaaldelijk mondeling toegelicht en opgefrist. Van wat niet kenbaar werd gemaakt kan je niet verwachten dat iedereen het weet.
Regels zijn zichtbaar, op plekken waar leerlingen vaak komen en op de plekken waar ze van toepassing zijn.
De regel is op vele terreinen van toepassing. We zoeken dus naar regels die multifunctioneel zijn. Bv. ik respecteer alle materiaal dat aan anderen toebehoort. Deze regel geldt zowel op de speelplaats, in de klas, de turnzaal en overspant schoolmateriaal, kledij, turngerief, speelgoed, enz.
Zinvolle regels. Regels worden opgesteld vanuit grondige redenen (veiligheid, respect,…) die ook verduidelijkt worden.
Gelijkwaardigheid. Een regel brengt de menselijke gelijkwaardigheid niet in het gedrang. Je hebt een hiërarchisch verschillende positie met jouw leerlingen, maar als mensen zijn jullie gelijkwaardig. Bv. als leerlingen niet mogen roepen en schelden, dan zal jij dat als leerkracht ook niet doen.
Consequentie. Je blijft leerlingen aanspreken op het overtreden van regels en laat de vooraf bepaalde consequentie volgen. Maar je blijft hen ook complimenteren op het volgen van regels geven.
Uitzonderingen. Uitzonderingen bevestigen de regel. In bepaalde situaties kan de regel tijdelijk minder zinvol zijn. Zo kan een leerling met veel opgekropte energie wel door de gang lopen wanneer hij een briefje van de ene leerkracht naar de andere moet brengen, maar dit mag nooit op momenten dat er geen les is. Een dergelijke uitzondering wordt vooraf afgesproken of achteraf geëvalueerd om na te gaan of er geen andere regels in discrediet komen.
Hier begeven we ons op het moeilijk terrein van de ‘marge’. Uitzonderingen op de regel kunnen dus maar worden zeer helder toegelicht. Bij het toestaan van uitzonderingen moeten we heel goed nagaan of de uitzondering geen andere regels in discredit zal brengen, die nodig zijn voor het ‘algemeen belang’ van de school. (bv. alle klasgroepen gaan normaal gezien stil en in rij naar het lokaal…het kan bijzonder storend zijn als ik met mijn klasgroep vrolijk pratend de speelplaats verlaat richting atelier…)